Zoektocht naar de pot met goud aan het eind van de regenboog

Zoektocht naar de pot met goud aan het eind van de regenboog.

Bij volle maan kan ik soms de slaap niet vatten.
Een onrust in het hoofd dwingt mij dan overeind.
Dan spring ik eruit en ga op zoek, op zoek naar het eind van de regenboog.
Zoals eenieder weet hangt daar een pot met goud.
En goud komt goed uit in deze onzekere tijden van afbrokkelende aandelenkoersen en toenemende fiscale druk.

Als een dergelijke onrust aan mijn ziele knaagt, komt de herinnering aan het verleden boven.
Vaak genoeg heb ik reeds pogingen ondernomen.
De herinnering brengt mij weer met beide benen op de grond.
Was het tenslotte niet altijd zo dat als ik dan na lang zwoegen het einde van de regenboog bereikte, dit het verkeerde eind bleek te zijn?

Eerst was er het romantische schaak.
In de tijden dat de boten van hout en de mannen van ijzer waren.
Een tijd waarin het onbeleefd was een aangeboden stukoffer te weigeren.
Een tijd met schaak van een hoog koffiehuisgehalte.

In de 18e eeuw gaf Philidor de toon aan.
‘De pionnen zijn de ziel van het schaakspel’ is waarschijnlijk de meest aangehaalde uitspraak uit de schaakgeschiedenis.
Hoewel niemand weet wat Philidor hiermee bedoelde wordt het vooral vergeefs gebruikt om spelers die dreigen te verdwalen in het gambietspel weer tot de orde te roepen door ze te wijzen op het belang van de pion.
Vermoedelijk wordt er iets mee bedoeld in de trant van ‘zorg dat je na afruil der stukken een dame haalt’.
Zonder overigens toe te lichten hoe zulks aan te leggen.

In de tweede helft van de 19e eeuw vond Steinitz het positiespel uit.
Bezet het centrum, ontwikkel eerst de paarden, dan de lopers, speel nooit tweemaal met hetzelfde stuk.
Onveilige koning, zwakke velden, beweeglijkheid, dubbelpionnen en dergelijke zijn onderwerpen uit zijn leer.

Starre toepassing van de leer leidt zoals gewoonlijk tot saaiheid, fanatisme en huiduitslag.
Een dergelijke onderdrukkende kracht roept na verloop van tijd onvermijdelijk revolutionaire tegenkrachten op.
Hetgeen geschiedde.
Tussen de twee wereldoorlogen toonden de ‘Modernen’ aan dat succesvolle afwijkingen van de bestaande theorie vaker voorkwamen dan vroeger voor mogelijk werd gehouden.
De oude theorie werd niet weerlegd maar wel verruimd. De dogmatiek werd vervangen door een meer ‘wetenschappelijke’ benadering.

Maar ook de ‘wetenschap’ spaart de roede niet.
“Het allerbelangrijkste is een plan te hebben.”
“Beter een slecht plan dan geen plan”.
“Een plan moet in overeenstemming zijn met de kenmerken van de stelling”.
Ziehier de wortel van mijn onrust.
Bovenstaande uitspraken doen het vermoeden postvatten dat er zoiets bestaat als een ultiem plan.
De superbe strategie waarvan alleen grootmeesters het geheim bezitten.
Een plan waardoor wij gewone stervelingen tot sukkels gedegradeerd worden.
Wat grootmeesters graag demonstreren tijdens een simultaanseance.

Het is deze onrust die mij op jacht doet gaan naar het eind van de regenboog.
Op zoek naar het ultieme plan tijdens een partij leidt tot tijdnood. (En tijdnood leidt tot correspondentieschaak.)
En hoewel naar zeggen een slecht plan beter is dan geen plan, heeft een slecht plan mij nog nooit geholpen.
Hetgeen jammer is want ik ben juist zo goed in het maken van een slecht plan.

Op zoek naar de geheimen van het schaak heb ik mij de band ‘De kunst van de analyse’ van Jan Timman aangeschaft. Hoewel ik begrijp dat een grootmeester zijn geheimen nooit op papier zal prijsgeven, hoop ik toch hints en suggesties te vinden die mij op het spoor zetten.
Groot was mijn verbazing te lezen wat Jan Timman onder analyse verstaat. Het boek bevat alleen maar uitgewerkte varianten! Vanuit een gegeven positie werkt hij een aantal varianten uit. Van vijf varianten toont hij aan dat ze niet zo goed zijn, dus is het de zesde die gespeeld had moeten worden.
Niks geen strategie of plan.

Dan maar eindspelen bestuderen. Ik krijg ze met mijn gebrekkige tactische vaardigheden weliswaar nooit op het bord, maar een strategie in het middenspel zou toch gebaseerd moeten zijn op een gunstig eindspel. Ook hier weer verbazing alom. Eindspelen bestaan voor de volle 100 % uit tactische wendingen! Ook hier is geen plan of strategie te ontdekken. Alleen maar varianten.

Deze en andere onderzoekingen hebben mij zo langzamerhand doen inzien dat er niet zoiets bestaat als de ultieme strategie in een partij. Het enige spoor dat ik tot nu toe heb kunnen ontdekken is dat van de voorbereiding.
En dan bedoel ik niet de voorbereidende zet zoals een richt-, jaag- of lokzet.
Dit leidt alleen tot geforceerde afwikkeling.
Als je tactische oefenopgaven doet zoals bijvoorbeeld mat in twee, dan vallen bepaalde dingen op.
Steeds zijn er open diagonalen of open lijnen gericht op de vijandelijke koning.
Door dit in de partij na te streven breng je de tactische mogelijkheid van mat in de stelling.
Een soortgelijke analyse kun je uitvoeren op andere tactische strijdmiddelen zoals de dubbele aanval, de batterij of de penning.
Je probeert de stukken zo te zetten dat door simpele kansrekening de kans op bepaalde combinaties het grootst is.
Doordat de strategische doelen die je op deze manier nastreeft een directe link hebben met de tactiek is de zaak veel overzichtelijker geworden.

Maar voordat ik de strategie op deze wijze serieus zal trachten te implementeren lijkt het mij logisch eerst maar eens de gereedschapskist met tactisch gereedschap op een hoger niveau te brengen.
Laszlo Polgar, de vader en trainer van de Polgar zusjes, reikt in zijn boek ‘The middlegame’ 77 stuks gereedschap aan met een paar duizend oefenopgaven. Een paar stuks gereedschap slechts weet ik nu reeds op gebrekkige wijze te hanteren.
En dat verdrietje.
Dus eerst maar wat oefenen zodat ik over een paar jaar met de strategie kan beginnen…

Misschien dat er nog andere vormen van strategie en plan bestaan.
Ik kan mij daarover altijd later het hoofd nog breken.
Voorlopig heb ik de handen vol aan het vullen van de gereedschapskist en het scherpen van het gereedschap.
Wat het belangrijkst is, is dat de gemoedsrust weer is teruggekeerd nu het pad duidelijk voor ogen staat.
Maar nu moet ik stoppen want ik heb vandaag nog niet geoefend…

Dick Stapersma.

Leave a Reply